Boten, baobabs en slaven

Na een paar dagen kunnen we volmondig zeggen: The Gambia is een heerlijk land, uiteraard voor de zon- zeeliefhebber, maar voor de reiziger die meer dan dat wil, valt er ook veel te ontdekken. Vogels, erg veel vogels en zo liepen wij al op een vroege zondagmorgen niet ons trouwe rondje door het Doktersbos in Nijverdal, maar gingen we op vogeljacht in  het Bijilo Park, dicht bij het hotel. Waar de gids en Jan mooie vogels door de verrekijker dichterbij haalden was ik te druk om niet te struikelen over kokosnoten die her en der op de wandelpaden lagen. Rode colobusapen zaten wat nuffig kijkend lekker hoog in de bomen, vervetapen hadden wat meer lef en kwamen wat dichterbij en Jan lekker druk bezig om vogels te fotograferen. Zonder brokken te maken weer veilig terug gelopen naar het hotel.
Gisteren was een topdag, uren onderweg om uiteindelijk bij het kleine James Island, dat nu officieel Kunta Kinte eiland heet, aan te komen. In de taxi van Buba naar Banjul, uren wachten op de veerboot, om onduidelijke reden moesten we van de eerste boot af waar we al een mooi plekje hadden, hoppa allemaal eraf. Nu is wachten in Afrika niet vervelend, er is altijd zo ongelofelijk veel te zien.
Uiteindelijk, met wel duizend mensen, tientallen auto’s en zo ongelofelijk veel bagage (een Afrikaan zonder bagage zie je niet vaak) kwamen we veilig aan.
In een andere taxi, rijdend door een groen landschap van babobabbomen, kapokbomen, mangobomen die bijna bezweken onder de rijpe vruchten en cashewbomen kwamen we dan bij de aanlegsteiger waar we in een piroque klauterden die ons in een half uurtje naar het schilderachtige mini-eilandje bracht waar eeuwen geleden de meest afgrijselijke dingen hebben plaatsgevonden. De slaven die hier werden ‘opgeborgen’ totdat ze op transport gingen, de Engelse overheersers, door de gids steevast misdadigers genoemd, waren de baas. Met een beetje fantasie en de serie Roots uit de jaren 70 voor de geest halend, kreeg ik het koud onder de hete tropenzon. Op het eiland de mooiste babobbomen die ooit heb gezien. Door een witte laag die elke boom bedekte, kreeg alles een wat mytische uitstraling, ruïnes van de oude gebouwen en kerkers, vond ik het, ondanks de inktzwarte geschiedenis, een schitterende plek.
‘Pelikanenpoep, we hebben hier teveel vogels, die poepen alles eronder en daarom zijn deze bomen nu zo wit,’ legt de gids uit.
Volgens mij moet ik zeer teleurgesteld hebben gekeken.
‘Maar… wij zeggen altijd dat de bevolking ‘s nachts hier naartoe gaat om deze bomen zo mooi wit te schilderen…’ zegt de gids…

Het was een indrukwekkende dag!

Reacties

  1. Het is heel erg geweldig om dit verhaal te lezen. De herinneringen aan ons reis naar Gambia van 2013 komen weer naar boven. Het is een mooi land en ik voelde me thuis. Mensen dachten dat ik zelf Wolof was en spraken me aan in hun eigen taal. Wat een eer! Bedankt voor het delen van jullie verhaal! 😃👍

  2. Loes Kroos says:

    Wat leuk om jullie verhalen te lezen, vooral herkenbaar. Wij zijn paar keer in Gambia geweest en de dingen die jullie beschrijven uiteraard ook gezien. In oktober gaan we weer terug, om de vele vrienden die we hebben gemaakt terug te zien. Nog veel plezier met de reis, en ik lees ze graag

  3. Wat een mooie verhalen al weer in de eerste week.

  4. Roelie Hutman says:

    Geweldig verhaal alleen met de ferry is al een hele onderneming. De rit ernaar toe en dan de boottocht naar het indrukwekkende James Island. Op naar George Town ook heel indrukwekkend.

  5. Hilda says:

    Super ,klinkt mooi ,indrukwekkend ,het slaveneiland ,op naar de volgende ervaringen en mooie momenten ❤️Heerlijkkkkk.

Laat wat van je horen

*