Waar wij niet willen wonen…

… daar wonen duizenden en duizenden mensen. Ik ben met gids Dean op bezoek in de sloppenwijk Katutura in Windhoek. Ik ben wel eens eerder in een sloppenwijk geweest. Sloppenwijk staat voor ons synoniem voor armoede en ellende en die zijn beslist aanwezig. Maar ik zie ook goede wegen, weinig afval en mensen die hard werken. Katutura betekent dus ‘waar wij niet willen wonen’. In de jaren zestig werd de zwarte bevolking, onder het Apartheidsbewind gedwongen om hier te wonen. Er staan stenen huisjes, blikken huisjes die van golfplaten gemaakt lijken te zijn en huisjes die op instorten staan. Ik zie een kleuterschool die aan de buitenkant erg leuk is versierd met tekeningen van de Afrikaanse dierenwereld en lopende mensen, erg veel lopende mensen. Natuurlijk mag ik foto’s maken van de kleuterschool. Er is volop bedrijvigheid, er zijn winkeltjes en vlees, lappen vlees, tientallen geslachte koeien liggen in grote brokken klaar, te wachten op de koper. Vliegen vinden het hier een feestje. Mensen hier zijn dol op vlees. Bakjes gevuld met stukjes vlees en rode kruiden worden gegeten als ontbijt. Iedereen hier verkoopt of koopt iets, zeven dagen in de week. Een bezoek aan dit soort wijken zorgt altijd voor verwarring, alle auto’s die ik namelijk zie rijden zijn mooie auto’s, en waardering voor wat je zelf allemaal hebt.

Samen met gids Dean, een regelrechte charmeur die met elke vrouw die we tegenkomen flirt, loop ik rond. Mensen willen graag praten en laten zien waar ze mee bezig zijn. Ik praat met vrouwen en mannen. ‘Waar kom je vandaan?’ Dat wil iedereen graag weten. ‘Aha, jij komt dus uit Dutchland,’ zegt een man met een mooie lach. Die houden we erin, vanaf nu kom ik uit Dutchland.

Bij het mooie project Penduka, waar Jan en ik 2 keer eerder zijn geweest, koop ik mijn eerste souvenir van deze reis. Een handdoek met een rand van geborduurde olifanten. Hier werken heel veel vrouwen om zo een beter bestaan op te kunnen bouwen.

Na afloop vraag ik aan Dean of hij mij af wil zetten in het centrum van de stad. Ik ken de stad een beetje, ik wil terrassen en winkelen. ‘Alleen? Weet je dat wel zeker?’ vraagt hij een paar keer. Het is duidelijk dat hij het geen goed plan vindt. ‘Jazeker,’ zeg ik met meer bravoure dan ik voel.

‘Nou ja, je ziet er in ieder geval niet uit als een toerist. Je hebt tenminste geen kaki-kleding aan.’ Dat beschouw ik graag als een compliment!

Reacties

  1. Carel en Corrie Hubert says:

    Wat een AVONTUUR ! Zo herkenbaar Ada en Jan. Prachtig!!
    we volgen jullie op jullie reis en genieten mee.

  2. Roelie Stegeman says:

    Weer mooi om te lezen Ada.

Laat wat van je horen

*